België zit met een gigantisch overschot aan aardappelen, maar wie in de supermarkt een zak meeneemt, ziet daar amper iets van aan de prijs. Dat wringt, zeker nu voeding voor veel gezinnen een gevoelig thema blijft. Alleen zit achter die schijnbare tegenstelling een heel concrete uitleg: het gaat vooral om aardappelen die niet voor het winkelrek bedoeld zijn, maar voor de frietindustrie.
Volgens een analyse van VRT NWS gaat het om een overschot van ongeveer 860.000 ton industrieaardappelen. Het zijn vooral aardappelen van het ras Fontane, geteeld voor verwerking tot diepvriesfrieten. De aardappelen die consumenten in de supermarkt kopen, zijn meestal andere rassen, zoals Nicola of Charlotte. Daardoor leidt die enorme aardappelberg niet automatisch tot lagere prijzen in de winkel.
Niet elke aardappel is dezelfde
Dat verschil is belangrijker dan het op het eerste gezicht lijkt. Industrieaardappelen worden anders geteeld en hebben andere eigenschappen dan aardappelen voor de supermarkt. Ze zijn bedoeld voor verwerking en passen dus niet zomaar in het gewone winkelcircuit.
Supermarkten werken bovendien met aparte afspraken, contracten en volumes. Extra partijen industrieaardappelen binnenhalen heeft weinig zin als klanten daar niet specifiek naar zoeken. De consument gaat ook niet plots veel meer aardappelen eten alleen omdat er ergens een overschot is.
De pijn zit vooral bij boeren zonder contract
Voor landbouwers is de situatie intussen wel hard. In de sector wordt normaal ongeveer driekwart van de oogst vooraf vastgelegd via contracten met verwerkende bedrijven. Die aardappelen worden opgehaald tegen een eerder afgesproken prijs, wat voor enige zekerheid zorgt.
De klap zit vooral bij de aardappelen die op de vrije markt terechtkomen. Daar is de vraag grotendeels stilgevallen. Waar de prijs de voorbije jaren nog veel hoger lag, is die vrije marktprijs volgens de sector intussen weggezakt tot bijna nul. Vooral boeren die rekenden op die vrije markt, blijven nu achter met volle loodsen en nauwelijks afzet.
Alternatieven zoals veevoeder of biogas bestaan wel, maar leveren weinig op en zijn zelf maar beperkt. Ook daar zitten de mogelijkheden snel vol.
Nu probeert de sector de consument rechtstreeks te bereiken
Precies daarom wordt het verhaal nu ook concreet voor het brede publiek. Via De week van onze aardappelen wil de sector consumenten aanzetten om rechtstreeks bij telers aardappelen te kopen.
Op zaterdag 18 april kunnen mensen bij deelnemende aardappelbedrijven in Vlaanderen aardappelen kopen aan 2 euro voor 5 kilo. De helft daarvan, 1 euro, gaat naar de Voedselbanken. De actie is een initiatief van onder meer Boerenbond, ABS, Belgapom, Belpotato.be, Viaverda en VLAM, samen met de Voedselbanken en Waste Warriors.
De boodschap daarachter is dubbel: verspilling vermijden én lokale aardappelen opnieuw zichtbaarder maken bij de consument.
En toch blijft de frustratie bestaan
Net daar zit de frustratie die dit verhaal zo herkenbaar maakt. Er is een gigantisch overschot, boeren krijgen amper nog iets voor een deel van hun oogst, en toch voelt de consument dat niet in zijn winkelkar.
Economisch valt dat te verklaren, maar gevoelsmatig blijft het voor veel mensen lastig te begrijpen. Hoe kan er zoveel te veel zijn, en blijft alles dan toch duur?
Het antwoord is dus dat niet elke aardappel dezelfde markt heeft. Maar dat neemt niet weg dat het contrast pijnlijk blijft: de berg ligt er wel degelijk, alleen niet in het segment waar de consument meteen prijsverschil van merkt.
Wat denk jij?
Vind jij het logisch dat een enorm aardappeloverschot de supermarktprijs niet doet zakken? Of wringt dat voor jou ook?
Laat het weten in de reacties: zou jij speciaal bij een boer aardappelen gaan kopen om lokale telers te steunen?
Blijf mee met waar Vlaanderen over praat
Ontvang opvallende verhalen, actualiteit en onderwerpen waar mensen iets van vinden, gewoon in je mailbox.
1 mail per week. Geen spam.
