Een jarenlang uit beeld gebleven RIZIV-rapport over 290 dossiers van nieuwe invaliden wakkert het debat over langdurig zieken opnieuw aan. Drie arts-inspecteurs onderzochten eind 2019 een steekproef van mensen die langer dan een jaar ziek waren en pas invalide waren verklaard. Hun conclusie was scherp: volgens de inspecteurs was 59 procent van de onderzochte personen in werkelijkheid niet arbeidsongeschikt.
Dat cijfer slaat in als een bom, vooral omdat het gaat om dossiers die voordien al waren beoordeeld via de klassieke controle door adviserend artsen van de ziekenfondsen. Bij 172 van de 290 onderzochte dossiers werd de uitkering volgens het rapport stopgezet.
Een pijnlijk signaal over de controles
Als de cijfers uit dat rapport ook maar gedeeltelijk juist zitten, dan legt dat een ernstig probleem bloot. Niet omdat “de langdurig zieke” plots verdacht zou zijn, maar omdat een controlesysteem alleen geloofwaardig blijft als het effectief onderscheid maakt tussen mensen die echt niet meer kunnen werken en dossiers die ten onrechte door de mazen van het net glippen.
Net daar wringt het. De inspecteurs schreven niet dat ze een kleine afwijking zagen, maar dat ze in hun onderzochte groep opvallend vaak mensen aantroffen die volgens hen wél nog arbeidsgeschikt waren. Dat maakt het rapport politiek explosief en tegelijk maatschappelijk gevoelig.
Maar dit rapport is geen vrijgeleide voor goedkope slogans
Wie van deze cijfers meteen wil maken dat “de meeste langdurig zieken eigenlijk kunnen werken”, gaat te ver. Zelfs de berichtgeving over het rapport maakt duidelijk dat het gaat om een beperkte steekproef uit 2019, niet om alle langdurig zieken in België. Bovendien betwisten de mutualiteiten de methode waarop de inspecteurs tot hun conclusies kwamen.
Zo stelde CM-voorzitter Luc Van Gorp in een reactie die ook door Artsenkrant werd samengevat dat er ernstige bedenkingen waren bij de methodologie. Volgens de ziekenfondsen ging het om een beperkte selectie van patiënten, met bovendien discussie over hoe bepaalde aandoeningen, onder meer mentale problemen, beoordeeld werden. Ook het gebruik van medicatie zou in sommige gevallen te zwaar hebben doorgewogen in de evaluatie.
Twee waarheden naast elkaar
Precies daarom moet dit debat volwassen gevoerd worden. Ja, dit rapport is te zwaar om zomaar weg te wuiven. Als inspecteurs in een gecontroleerde steekproef tot zulke harde conclusies komen, dan moet de vraag gesteld worden hoe stevig de huidige beoordelingen van arbeidsongeschiktheid eigenlijk zijn.
Maar tegelijk blijft ook het omgekeerde waar: veel langdurig zieken profiteren helemaal niet van het systeem. Voor hen is langdurige uitval geen comfortabele keuze, maar een vaak harde realiteit van fysieke pijn, psychische klachten, revalidatie of een combinatie van die factoren. Wie dat negeert, maakt van een systeemkritiek een karikatuur van mensen die vaak al in een kwetsbare situatie zitten.
Waarom het achterhouden van het rapport zo gevoelig ligt
Extra pijnlijk is dat het rapport jarenlang niet publiek werd gemaakt. Minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke verklaarde dat zijn kabinet het document pas in december 2024 voor het eerst ontving. Daardoor gaat het debat vandaag niet alleen over de inhoud van het rapport, maar ook over de vraag waarom zo’n gevoelig document zo lang uit beeld bleef.
Net dat voedt de argwaan. Want zelfs als de methode van het rapport voor discussie vatbaar is, blijft de vraag overeind waarom de bevindingen niet sneller openlijk besproken zijn. Een rapport met zulke zware conclusies hoort niet in een lade te verdwijnen, maar net aanleiding te geven tot controle, tegenspraak en bijsturing.
Het echte probleem is het systeem
De essentie van dit verhaal is dan ook niet dat langdurig zieken met de vinger gewezen moeten worden. De echte vraag is of een systeem waarin ziekenfondsen tegelijk begeleiden én beoordelen nog wel sterk genoeg staat. Dat spanningsveld ligt al langer onder vuur, en dit rapport geeft die discussie opnieuw munitie.
Als de controles te laks zijn, ondergraaft dat het draagvlak voor sociale bescherming. Maar als de reactie op zo’n rapport vervalt in simplistische verdachtmakingen, treft dat net de mensen die wél terecht uitvallen. Tussen die twee uitersten ligt de echte opdracht: een controlesysteem dat sneller, transparanter en strenger durft zijn waar nodig, zonder mensen die echt ziek zijn onrechtvaardig weg te zetten.
Dat is misschien ook de ongemakkelijke conclusie van dit dossier. Niet dat “de meeste langdurig zieken kunnen werken”, maar wel dat een systeem dat zulke cijfers oplevert én vervolgens jaren laat liggen, zichzelf bijzonder moeilijk nog blind vertrouwen kan geven.
Wat denk jij? Moet de controle op langdurige ziekte strenger, of dreigen we dan vooral mensen te treffen die echt niet meer kunnen werken?
Blijf mee met waar Vlaanderen over praat
Ontvang opvallende verhalen, actualiteit en onderwerpen waar mensen iets van vinden, gewoon in je mailbox.
1 mail per week. Geen spam.
